De Laatste Take

Laatste Take
De inwoners van Oudewater lazen het ongelooflijke nieuws in hun lokale krant. Een filmploeg van de beroemde historische serie De Oranje Route had besloten hun stadje te kiezen als decor voor de aflevering De Postkoetsrace, 1764.
De voorpagina knalde met kreten als: Geschiedenis op het scherm!, Iedere inwoner draagt zijn steentje bij!
Anna van Veen las het nieuws bij het ontbijt in haar knusse keuken. Ze vouwde de krant zorgvuldig dicht en zette haar koffiekopje er behoedzaam op, om geen ezelsoor te maken. Ze leek de rust zelve, onbewogen, haast kil. Maar diep vanbinnen voelde ze toch een lichte trilling opstijgende vage echo van een oud, half-vergeten klokkenspel.
***
Het bruist in Jongerencentrum De Zeil, waar de casting plaatsvond. Opas met hun beste das om en omas in zorgvuldig gestreken jasjes vulden de gang. Allen hoopten ze in beeld te komen of de televisie te halen.
Anna stond wat aan de zijkant, in haar sobere grijze jas en een zijden sjaaltje onder haar kin vastgeknoopt. Ze wrong zich niet tussen de rest. Ze keek alleen toe.
Een jonge man die zich voorstelde als tweede regisseur, Daan, bekeek de menigte kritisch. Zijn blik gleed langs Anna van Veen, bleef nergens haken, en zocht verder.
Te onopvallend, te stil, dacht hij. Dit soort types hadden ze niet nodig. Ze zochten mensen met karakter: stevige marktvrouwen, norse postkoetsiers, blakende boerinnetjes. Kleur en pit, niet grijs en zacht.
Let op! riep Daan. De scène: een poststation, de koninklijke koets arriveert. Het volk verzamelt zich, kijkt toe. Jullie taak: kijken, natuurlijk! Niet de camera inkijken! Geen tekst, gewoon figureren. Snap je? Selectie op basis van foto.
Er ontstond een drukte. Anna stak, toen ze aan de beurt was, zwijgzaam haar oude, haast vergeelde toneelverenigingskaart naar voren.
Daan bekeek het, keek op van haar kaart naar haar gezicht en trok verrast zijn wenkbrauwen op.
O mevrouw van Veen, zei hij, plotseling formeel. Natuurlijk, natuurlijk, u bent van harte welkom. We vinden wel een plek voor u. Maar het is een stille rol, hoor. Geen tekst.
Ik begrijp het volkomen, klonk het rustig.
Ze begreep het heel goed. Haar titel van ere-lid van het gezelschap was nu niet meer dan een curiositeit geworden, vergelijkbaar met een oude broche die men slechts opspelt voor de grap.
De draaidag viel koud en guur uit. Op het dorpsplein voor het oude postkantoornu tijdelijk poststationstonden houten decors: een brokkelige bank, gebleekte planken tegen een achtergrond van nepmuren. Een vrachtwagen, crèmekleurig bespannen, diende als koninklijke koets. De figuranten droegen, afkomstig uit een stoffig costuummagazijn, vale jakken en schorten en stonden rillend te wachten op hun instructie.
Anna kreeg een plek op de scheve bank, ergens op de achtergrond, naast een kletskous van een vrouw die haar rol als melkvrouw iets te energiek speeldeen bleef doorkwetteren over hoe haar kleinzoons straks haar televisie-optreden zouden zien:
Als we maar beeld pakken, Anna! We staan hier toch niet voor niets te blauwbekken?
De hoofdregisseurbekende Nederlander Pieter Kleijwegt, altijd in leren jas en met een norse fronsmanoeuvreerde de cameras en sprak de figuranten streng toe:
Kijk naar de koets! Alsof er een belangrijk persoon in aankomt! Nieuwsgierigheid, oprechte interesse! Geen gekke bekken!
Dan schalde het:
Stilte op de set! Camera loopt! Klapbord! ACTIE!
De koets hobbelde traag en houterig over de kinderkopjes. De cameras gleden op rails. De figuranten riepen Hoera! en juichten, precies zoals hen was opgedragen.
Anna zat roerloos. Ze keek niet naar de koets, maar juist er dwars doorheen, naar een onzichtbaar puntje achter de cameramensen. Haar gezicht was geen gezicht van een figurant. Het was het gezicht van iemand die wacht.
In haar donkere, oneindig diepe ogen lag de geschiedenis van stil, geduldig wachten besloten. Op berichten van een zoon op zee. Op de terugkomst van een geliefde. Op simpelweg een teken uit het leven, dat soms pijnlijk onverschillig voor individuele verwachtingen voorbij raast. In haar gevouwen handen lag de vermoeidheid van alle vrouwen, die ooit aan een dijk of brug hebben staan wachten op nieuws. In haar licht gebogen hoofd zat geen nederigheid, maar waardigheid. Weten wat het betekent om te wachten.
Ze speelde niet. Ze beleefde. Een moment. Een eeuwigheid. Stilte.
De cameraman die de close-up moest draaien, richtte zijn lens per ongeluk eerst op de luidruchtige marktvrouw, maar werd, als vanzelf, getrokken naar Anna, zittend aan de rand. Hij hield het beeld tien seconden. Twintig.
Stop! klonk het opeens scherp uit Pieter Kleijwegts mond.
Alles verstomde.
Wat ís dit? Wie is dat? snauwde hij richting Anna. Ik zei: naar de koets kijken! En zij wat doet zij?
Iedereen keek om. Anna tilde langzaam haar hoofd. Haar blik reisde met moeite terug uit het verre 1764.
Sorry, zei ze zacht.
Blijf even zitten, Pieter stapte dichterbij, zijn norse blik veranderde in professionele nieuwsgierigheid. Wat deed u net?
Ik wachtte, antwoordde Anna.
Wachten? Waarop?
Ik weet het niet. Op nieuws. Op nieuws.
Pieter kneep nadenkend zijn lippen samen. Op de monitor zag hij wat de camera net had gevangen. Eén gezicht, waarin zonder ook maar één woord een geschiedenis te lezen was. Geen verhaal van het volk, maar van één ziel. Dit raakte dieper dan heel de geënsceneerde menigte.
Er viel een stilte. Zelfs de wind leek te bedaren. Daan, de assistent-regisseur, keek verwonderd naar Anna én naar zijn baas.
Verzet de cameras, zei Pieter plots vlijmscherp. De hele scène draait om haar. Zij ís het middelpunt. Zij wacht. Iedereen kijkt naar de koets, maar wiíj kijken naar haar. Snap je? Het gaat niet meer om de race. Het gaat nu over wachten.
Een storm van activiteit brak los. Anna werd ongemoeid gelatenhaar sjaal werd voorzichtig rechtgetrokken. Ze nam opnieuw plaats op het bankje. En toen Camera loopt! klonk, verdween ze weer in haar stilte, haar waardigheid.
Deze keer zochten de cameras elke rimpel, elk lichtpuntje in haar ogen.
De figuranten waren stil, fluisterden onderling, keken bewonderend naar haar. Hun spel kreeg iets echts, iets aarzelends, net als de houding waarmee ze Anna observeerden.
Stop! Opname zit erop!
De opwinding was voelbaar, nu kwam zij van een heel andere plek: respect. Pieter Kleijwegt kwam naar haar toe, ogen vol bewondering.
Mevrouw van Veen waar heeft u gespeeld? Ik kan me u niet herinneren
In het Rotterdams Toneel, van 58 tot 92. Daarna is dat theater gesloten. Toen ben ik naar mijn zus in Oudewater verhuisd, somde ze kalm opalsof het iemand anders levensloop was.
Waarom Waarom niet Amsterdam? Met zóveel talent
Mijn man wilde dat niet. Later had het toch weinig zin meer, zei ze, zacht haar sjaal rechttrekkend. Niet klagend, gewoon constaterend.
Pieter was even stil. Hij dacht aan hoeveel verborgen talent er woont in kleine steden als deze, aan wat ze de wereld nog te bieden hebben. Mits iemand ze wilde zíen.
Dank u, zei hij oprecht. Dit was dat was kunst.
Ik deed alleen mijn werk, zei Anna, rechtte haar jas. Dank dat ik het mocht doen.
Ze liep naar de administratie. Daar kreeg ze haar vergoeding. Drie dagen AOW, voor één dag als stille figurant. Verbijsterd stopte Anna de euros in haar oude leren tas.
Buiten, in de frisse avondlucht, haalde Daan haar in. Mevrouw van Veen, ik bij de casting ik had het niet door
Geeft niets, onderbrak Anna hem met haar indringende blik, waardoor hij ongemakkelijk met zijn voeten schoof. Jullie zochten typetjes. Ik ben geen typetje. Ik bén actrice. Al is dat misschien iedereen vergeten. Behalve ikzelf.
Anna liep huiswaarts door het lome avondlicht, de zachte bries strijkend langs haar wangen.
Ze liep vastberaden, lichtvoetig. Deze dag had ze haar mooiste rol gespeeldzonder woorden. En ze werd gezien! Die korte, toevallige take bevatte meer waarachtigheid en kunst dan de hele gelikte productie samen. Ze was gelukkig. Als mens, als vakvrouw, als vrouw.
Een half jaar later, in de uitzending van De Oranje Route, werd een scène op het poststation drie minuten lang stil gehouden door haar aanwezigheid. Het hart en de ziel van die scène, waar mensen later op internet over spraken, was niet de komst van de koets, maar het gezicht van een oude vrouw op een bankje. Een gezicht vol wachten en waardigheid. Een gezicht dat sprak zonder woorden. Het gezicht van Anna van Veen.
Haar buurvrouw vertelde het haar.
Anna knikte slechts, nippend aan haar avondthee. Ze wist het al. Ze voelde het die dag, in de wind. De laatste take was geen afscheid, maar een herinneringvoor zichzelf, en voor iedereen die even mocht meekijken: talent verloochent zich niet en kent geen tafels of termijnen. Het wacht gewoon tot het wordt gezien, soms in één enkele blik.

Rate article