Liefdesovereenkomst

Liefdescontract

Lidewij zat aan de eettafel, die bedolven lag onder stapels Nederlandse trouwmagazines. Ze bladerde gefascineerd van bladzijde naar bladzijde, haar blik bleef hangen op de elegante details: subtiele kanten accenten, fijne borduursels, tule sluiers die als wolken langs de modellen zweefden. Vooral de fotos van sneeuwwitte jurken lieten haar dagdromen; telkens stelde ze zich voor hoe het zou zijn om in zon jurk door het middenpad van het stadhuis van Utrecht te lopen, alle blikken op zich gericht. Zelf haar vader, haar zussen, haar vriendinnen iedereen vol emotie, kijkend naar haar.

Mooi fluisterde ze, terwijl haar ogen bleven rusten op een sprookjesachtige creatie: wijd uitlopende rok, dunne bandjes, het glanzende satijn weerkaatste zacht in het studiolicht. Haar glimlach doofde echter vrijwel direct weg. Met een zucht schoof ze het blad van zich af en kwam langzaam overeind. Ze schreed naar de spiegel in de antieke lijst aan de muur en bekeek zichzelf kritisch van de zijkant, haar hoofd iets schuin, alsof ze naar een vreemde keek. Een stem in haar hoofd fluisterde dat zon plaatje uit een tijdschrift weinig gemeen had met de realiteit.

Jammer, voor mij is zoiets niks, sprak ze steviger, zo klonk het alsof ze zich bij het onvermijdelijke probeerde neer te leggen. Die taille van mij Ze draaide nog eens, stelde zich de jurk voor, de lagen stof, het korset, de klokkende rok en trok een grimas.

Nee, ik moet iets simpelers, mompelde ze, alsof ze een gesprek voerde met een onzichtbare vriendin. Zon wijde rok? Dan lijk ik op een duiventil. Gewoon simpel doen. Maar het mag niet té gewoontjes zijn! Trouw je tenslotte maar één keer, hè?

Lidewij haalde een hand door haar donkere haar. Zoveel keuzes, zoveel inspirerende plaatjes en toch was hét idee er niet bij. Haar blik gleed terug naar de verfrommelde tijdschriften op tafel. Ze hoopte dat ergens tussen de bladzijden de verlichting ineens zou toeslaan, maar merkte alleen vermoeidheid en onrust.

Ik moet echt met iemand overleggen, zei ze, terwijl ze zich op het puntje van de stoel liet zakken. Voordat ik helemaal kierewiet word van al dat geregel.

Plots klonk de voordeur beneden. Lidewij schrok op uit haar gedachten. Wie kon dat zijn? Het was halverwege de middag; haar vader, Pieter van der Kaap, had een belangrijke afspraak bij het notariskantoor, en haar verloofde, Menno, had gezegd de hele dag vergaderingen te hebben in Amsterdam.

Ze spitste haar oren, het hart bonzend. Stel je voor dat het een inbreker was meestal was ze op deze tijd in haar bloemenwinkel in de Twijnstraat en was het huis leeg. Ze haalde diep adem, stond op zonder geluid te maken en liep de trap af, richting verweerde balustrade die uitkeek op de hal.

De spanning viel plotseling van haar af. Door het glas-in-lood van de voordeur herkende ze direct Mennos stevige postuur; hij was zijn schoenen uit aan het trekken, zijn jas achteloos over de kapstok gooiend. Een oud deuntje floot hij zacht terwijl hij binnenkwam.

Menno? fluisterde Lidewij verbaasd. Was hij niet in Amsterdam?

Ze bleef even staan, luisterend. Misschien wilde hij haar verrassen? Maar toen hoorde ze hem praten, zijn stem veel zachter en warmer dan ze gewend was.

Nog even volhouden, Loesje. Nog een paar maanden Dan houd ik mijn deel van de afspraak, en kunnen we eindelijk samen zijn.

Lidewij voelde haar hart onderkoeld in haar borst stokken. Ze klemde haar vingers om het hout van de trap, bang zichzelf te verraden. Een “afspraak”? En wie was Loesje?

Hoe lang nog? Nog maar een maand tot de bruiloft, daarna een paar maanden leuk doen als man en vrouw Op dat moment trilde er afschuw in zijn stem, alsof de gedachte hem hetzelfde deed als spruiten eten.

Lidewij sloot haar ogen. Hun trouw was slechts een afsprakenpunt?

En wat Van der Kaap daarna doet, boeit me geen bal, vervolgde hij met een zakelijke toon. Ik pak mijn koffers zodra het geld gestort is. Daarna vertrek ik.

Die woorden kwamen aan als een vuistslag. Lidewij was even haar evenwicht kwijt. Hij had alles gelogen. Alles.

Ze deinsde een stukje terug, haar adem kwam schokkerig. Alles wees op een vreselijke constructie waar zelfs haar vader betrokken was.

Dapper probeerde ze zich te herpakken. Misschien hoorde ze nog iets belangrijkers.

Menno plofte in hun leren fauteuil, stak zijn voeten op het poefje en praatte door, onwetend dat Lidewij ieder woord opving.

Maak je niet druk, joh! Jij bent de enige die ik wil. Voor jou heb ik dit circus gedaan. Wil jij niet gewoon een mooi appartementje bij de Oudegracht? Mooie spullen, sieraden Hoe moest ik dat allemaal bij elkaar verdienen als magazijnmedewerker? Nog een half jaar. Dan zijn we samen, beloofd.

Jullie zijn veel sneller samen dan je denkt, klonk haar stem plots, vastberaden terwijl ze de trap afliep, als tegen onzichtbare stormwinden in.

Menno schrok, draaide zich om, zijn gezicht viel van vrolijk naar bleek. Zijn telefoon klapte met een doffe tik op het tapijt.

Lidie? Waar heb je het over?

Hij deed een stap naar haar toe, zijn hand uitgestoken om haar gerust te stellen zoals hij zo vaak deed. Maar Lidewij week achteruit, haar blik scherp en koel.

Lidie Meen je dit fluisterde ze, de pijn voelbaar in ieder woord. Denk je dat ik gek ben? Alsof ik niets doorheb?

Ze keek hem recht aan; zijn gezicht was een mengeling van schaamte en krampachtig zoeken naar excuses.

Loesje Die zus van je? Is het niet die blonde collega die je altijd als familie voorstelt?

Menno werd bleek als een vaatdoek en raapte huilig de telefoon op, hopeloos zoekend naar een uitweg.

Je ziet spoken, lieverd. Loesje? stamelde hij.

Maar Lidewij stoof terug, haar vastberadenheid sterker dan zijn pogingen.

Je weet dondersgoed waar ik het over heb, siste ze, haar glimlach nu bitter van pijn. Ik heb het allemaal zelf gehoord Het was niet om aan te horen!

Ze slikte de tranen weg. Ze mocht nu niet breken, na al die leugens haar toekomstplannen, haar dromen, alles waar ze van gehouden had ineens niets meer dan een toneelstuk.

Menno zweeg, zich realiserend dat elk verweer zinloos was. Stom! Waarom had hij niet gecontroleerd of het huis leeg was?

Zoals je begrijpt, komt er geen bruiloft, zei Lidewij ijzig. Haar zekerheid deed Menno bijna rillen. Maar voor je vertrekt, wil ik álles horen. Geen smoesjes meer.

Haar stem trilde nauwelijks, haar blik was ijskoud.

Alles horen? sneerde Menno met een gekwetst lachje, iedere poging tot charme verdwenen. Mooi, dan krijg je de waarheid. Alsof ik je ooit had aangekeken zonder die deal van je vader. Ik speelde vriendje, ik deed aardig, kreeg een luizenbaantje bij Van der Kaap NV en een riant bedrag op mn rekening. Twee salarissen, zeg maar.

Zijn stem klonk droog, alsof hij het weerbericht voorlas. Maar ieder woord sneed Lidewij dieper.

Alles voor het geld? fluisterde ze, ijskoud.

Dacht je nu echt dat iemand als ik op jou viel? Menno lachte kil. Kijk je wel eens in de spiegel? Doe dat maar beter eens echt.

Het voelde alsof hij haar in het vuur wierp. Lidewij voelde de brok in haar keel, tranen schoten haar in de ogen, maar ze hield stand. Ze balde haar vuisten, nagels in haar handpalmen.

Enkele tellen bleef het stil. Toen zag Menno dat er geen liedje meer te zingen viel.

Wegwezen! zei Lidewij met een onverwacht harde stem. Je spullen krijg je van een koerier. Ga nu!

Hij bleef haar nog even aanstaren koel, berekenend, alsof hij haar wilde onthouden zoals ze daar stond: kwetsbaar en gebroken. Hij draaide zich zonder haast om, deed ostentatief zijn jas aan en verliet het huis. Het klappen van de deur galmde door de gang.

Op de stoep voelde Menno pas het zweet uitbreken. Hoe ging hij dit uitleggen aan Pieter van der Kaap? Die was niet de makkelijkste, wist Menno maar al te goed. Wat een dom plan, dacht hij, terwijl hij de straat op liep. Maar ja, die euros stonden inmiddels op zijn rekening goed voor meer dan een jaarsalaris. Dat kon hij dan weer geruststellend vinden.

In ieder geval moeite niet voor niks gedaan, bromde hij zelfgenoegzaam.

Boven in het huis zat Lidewij met trillende handen haar vader te bellen, wanhopig de toetsen missend, tot hij opnam.

Papa! schreeuwde ze, haar stem overslaand van woede en verdriet. Hoe heb je me dit kunnen aandoen?

Ze liet hem nauwelijks uitpraten, haar woorden kwamen in een stroom, beschuldigend en rauw:

Jij hebt hem geregeld! Zelf uitgekozen! Betaald! En nooit eens gevraagd wat ik wilde. Je dacht zeker dat je het beter wist!

Haar stem brak, maar ze gaf niet op:

Ik heb je vertrouwd. Ik dacht dat hij dat hij om me gaf. Maar het was allemaal toneel! Door jou zit ik in dit theater!

Pieter probeerde iets te zeggen, maar Lidewij hoorde niets; maanden opgestapelde frustratie, pijn en teleurstelling stroomden eruit. Laat mij voortaan met rust, wat mijn leven betreft! Nooit, nooit meer!

Ze drukte het gesprek weg, liet haar telefoon in de kussens vallen en barstte in snikken uit. Haar schouders schokten, tranen stroomden, haar gezicht in haar handen verborgen. Ze voelde zich als een verlaten kind, bedrogen door wie haar het meest dierbaar was.

Maar haar tranen gingen dieper dan Mennos bedrog. Jaren van onzekerheid, twijfel, vrees alles kwam los en spoelde haar onder. Al sinds haar puberjaren had Lidewij ongelukkig naar haar spiegelbeeld gekeken. Als mijn taille wat strakker was Als ik meer figuur had die gedachten kwamen telkens terug. Ze droomde ervan te zijn zoals de vrouwen in de tijdschriften de modellen in de Nederlandse campagnes van Aafke, Marlijn, Nynke.

Meer dan eens had ze gedacht aan plastische chirurgie, erover gefantaseerd om net zo fijnbesneden te zijn als op de fotos. Maar telkens, als ze naar haar moeder Agnes keek, liet ze dat weer varen.

Agnes, vroeger een schoonheid met een naam die uitgesproken werd als muziek. In haar jeugd deelde ze haar stijl en elegantie met heel Leeuwarden; iedereen kende haar. Jarenlang had Agnes iedere blik gevangen met haar lach, het dikke koperkleurige haar.

Tot die dag. Agnes liet haar adviseren een geweldige arts in Rotterdam, zeggen de vriendinnen. Ze wilde slechts een kleine aanpassing aan haar neus, iets waar ze al jaren over twijfelde. Maar de arts maakte er een fiasco van; de schade bleek niet terug te draaien.

Agnes gaf het niet zomaar op. Ze klopte bij de beste klinieken aan, spendeerde tienduizenden euros, maar het werd na elke ingreep alleen maar erger. Haar lust om te leven ebde langzaam weg, ze begon zich te verstoppen onder hoeden, achter zonnebrillen. Haar dagen werden leeg, haar huis donker. Tot ze op een dag verdween, zonder uitleg alleen een kort briefje voor Pieter: Ik kan niet meer. Vergeef me. Geen teken van leven daarna.

Lidewij groeide op met de fotos van haar moeder altijd stralend, vol zelfvertrouwen als een onbereikbaar ideaal. De vrouw die ze herinnerde bestond alleen nog op papier. Al jong begon ze zich te vergelijken en voelde ze zich minder. Mam had jukbeenderen, ik heb babywangen. Haar haar sprankelde, het mijne springt alle kanten op. Geen centimeter van zichzelf vond ze mooi.

Die onzekerheid sleepte ze mee naar school, naar haar studie aan de Hogeschool van Utrecht, naar het volwassen leven. Ze hield zich het liefst onzichtbaar. En bij jongens? Ze viel nooit op.

En toen verscheen Menno. Hij kwam als een wervelwind haar leven binnen, bracht licht waar het altijd grijs was geweest. Alles aan haar was bijzonder, zei hij haar lach, haar talent verhalen te luisteren. Hij reed haar met zijn scooter naar het terras aan de Vecht, bracht bloemen zonder aanleiding, onthield elk detail van haar herinneringen.

Voor het eerst voelde Lidewij zich niet goed genoeg, maar zelfs mooi. Met Menno groeide haar zelfvertrouwen. Ze durfde te geloven dat ze liefde verdiende. Al gauw dacht ze: dit is geen flirt, dit is echt.

En nu, een paar leugens later, was alles ineens voorbij. Elk compliment, elk rustig moment een leugen, een scene uit een script, bedacht door haar eigen vader, van wie ze zielsveel hield.

*****************************

Enkele maanden later stond Lidewij opnieuw voor de spiegel. Ditmaal in een bruidswinkel in Utrecht, gekleed in een eenvoudige, doch elegante ivoorkleurige jurk. Haar schouders leken rechter dan ooit. De jurk viel soepel, de kanten mouwen vingen elke lichtstraal. Ze keek zichzelf aan. Geen gemopper over haar uiterlijk, geen gehakketak over haar rondingen voor het eerst kon ze zeggen dat ze zichzelf accepteerde.

Een uur later liep Lidewij, hoofd geheven, tussen de banken in het oude gemeentehuis. Ze ving blikken op van familie en vrienden: bewondering, verbazing. Klein van stuk, kordaat van geest, geen jonge bruid zoals in gidsen, maar een vrouw die haar eigen pad had gekozen.

Ze dacht terug aan het gesprek met haar vader, een paar weken daarvoor.

Pap, ik heb besloten. Ik ga akkoord met het aanzoek van Bastiaan. Ze keek hem recht aan.

Pieter had even het koffiekopje stilgehouden, verbaasd over haar vastberadenheid.

Weet je het zeker, lieve schat? Dit is niet zomaar iets.

Zeker, zei ze rustig. Ik heb lang genoeg gewacht op ware liefde. Misschien komt die nooit. Ik verlang naar rust, naar respect, naar een stabiele partner. En Bastiaan kan dát bieden.

Maar de liefde dan? probeerde Pieter nog.

Liefde is prachtig. Maar ik bepaal liever zelf mijn geluk. Ik wacht niet meer op sprookjes.

En nu, bij het altaar, keek ze Bastiaan aan. Hij was een fatsoenlijke man, lief, soms wat stijfjes maar in zijn ogen las ze oprechte waardering. Geen vuurwerk, geen dramatisch sprookje. Maar wie weet, dacht Lidewij, komt er nog liefde uit voort.

Toen de ambtenaar hun huwelijk inschreef, wist Lidewij het zeker: ze zou nooit meer de regie over haar leven weggeven. Liefde was mooi, maar zelfrespect was belangrijker. Ze glimlachte naar Bastiaan, voor het eerst volledig zichzelf. Misschien, dacht ze, zou de echte liefde nog komen uit het leven samen, uit vriendschap en wederzijds vertrouwen. En dat was alles wat ze nu verlangde.

Rate article