Mijn naam is Mijntje, ik ben getrouwd en heb een prachtige dochter, Fenna. Op een gure herfstdag maakte ik met Fenna een wandeling in het Vondelpark in Amsterdam. Terwijl Fenna met haar gele laarsjes door de bladeren stoof, ging mijn telefoon over. Het was een goede vriendin die ik al maanden niet had gesproken. Even wendde ik mijn blik af, gevangen door het gesprek. In dat fractie van een seconde gleed Fenna uit, en rolde zij pardoes een koude vijver in.
Mijn hart stond stil. Ik stormde op haar af, maar nog voordat ik iets kon doen, sprong een vrouw sjofel gekleed, met een verweerde sjaal om haar schouders razendsnel vanaf een bankje het water in. Zonder aarzeling trok ze Fenna op de kant. Overmand door opluchting en dankbaarheid, wist ik nauwelijks hoe ik haar moest bedanken. Ademt happend vroeg ik haar om met ons mee te komen. Ze stelde zich voor: haar naam was Diewertje. Die middag besloot ik dat ik haar nooit genoeg kon bedanken voor het redden van mijn kind.
Thuis, in ons warme huis aan de Amstel, zette ik thee voor Diewertje en gaf haar een droog vest en warme wollen sokken. Voorzichtig, onder het zachte licht van de lamp, begon zij te vertellen over haar leven. Jaren geleden had Diewertje samen met haar dochter twee appartementen aan de rand van Utrecht gekocht één voor zichzelf, één voor de jonge familie van haar dochter. Maar haar dochter had haar verraden; samen met haar schoonzoon had ze Diewertje beroofd van al het spaargeld en de appartementen verkocht. Plots stond Diewertje met lege handen en zonder dak boven haar hoofd. Sindsdien verzamelde ze statiegeldflessen bij het Rembrandtplein en sliep ze ‘s nachts ergens in de buurt van het park op een bankje om warm te blijven.
Haar verhaal brak mijn hart. Hoe kon een kind zoiets haar moeder aandoen? Het idee dat Diewertje weer zou moeten overleven op straat was ondraaglijk. Ik vroeg haar bij ons te blijven. Toen mijn man, Klaas, thuiskwam en hoorde wat er was gebeurd, kreeg ik eerst een uitbrander omdat ik Fenna even uit het oog had verloren. Maar ook bij hem vloeiden tranen van dankbaarheid richting Diewertje deze onbekende, die nu ineens zo dichtbij voelde.
Diewertje wilde ons echter niet tot last zijn. Met hulp van Klaas en vrienden vonden we voor haar een fijne plek bij een verzorgingshuis net buiten Haarlem. Ook zorgden we ervoor dat ze via de gemeente weer werk kreeg als vrijwilligster in een buurttuin. We bezoeken haar vaak; Fenna noemt haar inmiddels oma Diewertje. Mijn gezin en ik voelen ons intens dankbaar dat we iets konden betekenen voor de vrouw die eens het leven van onze dochter redde. In ons hart heeft Diewertje voor altijd een warme plek als familie, gekozen door het lot.






