Mijn vrouw en ik kenden elkaar al lang voordat we ooit trouwden. Mijn liefde voor haar begon zelfs al op de basisschool. We zaten vier jaar lang samen naast elkaar in de klas. Ze droeg altijd twee vlechtjes die heerlijk roken naar lavendel of misschien gewoon naar shampoo. We werden dikke vrienden, maar ik hield wijselijk mijn verliefdheid een beetje voor me.
In groep acht vroeg ik haar mee naar het eindfeest, en tot mijn verbazing zei ze ja. Stiekem zag ik dit als hét moment om haar eindelijk te vertellen wat ik voelde.
Maar ze zei dat ze me alleen als vriend zag. Ai, dat kwam even binnenik had haar al tot de koningin van Rotterdam gekroond in mijn gedachten. Godzijdank hielpen mijn studententijd in Utrecht en lange fietstochten me uiteindelijk om mijn gedachten ergens anders op te richten. Na mijn studie vond ik een fijne baan, en ik werkte hard. Binnen de kortste keren kon ik mezelf een mooi appartement midden in Amsterdam permitteren.
Met klasgenoten hielden we nog regelmatig reünies in bruin cafés, alleen zij liet zich nooit zien. Ik bleef stiekem hopen dat zij op een dag toch zou komen opdagen. Er gingen wilde geruchten dat ze in Groningen woonde. Maar ja hoor, ineens stond ze daar, jaren later, op één van de borrels. Precies dezelfde sprankelende ogen als toen. Na afloop stelde iemand voor om te gaan swingen in een club enjawelzij had er wel oren naar. Toen voelde ik dat mijn gevoelens nog lang niet weg waren. We wisselden telefoonnummers uit om bij te kletsen.
Het balletje ging echt rollen. We begonnen te daten, fietsen samen door het Vondelpark en dronken wijntjes op het terras. Op een zonnige dag kon ik het niet laten; ik verklaarde haar opnieuw mijn liefde. Dit keer voelde ze hetzelfde! Ik voelde me de gelukkigste Hollander van het land. Een maand later trouwden we en ze trok vrolijk bij me in.
Voor haar bleek het lastig om een goede baan te vinden, maar ik vond dat eerlijk gezegd niet erg. Ik kon onze boterham zelf wel verdienen, en ik was juist dol op haar enthousiaste aanpak van het huishouden.
Toch merkte ik na een tijdje dat mijn vrouw steeds minder actief werd. Ze leek met haar hoofd ergens anders te zijn, haar aandacht voor mij ebde wat weg. Verschillende gedachten begonnen door mijn hoofd te malen. Uiteindelijk besloot iktegen al mijn Calvinistische principes intwee cameras in huis te installeren: eentje in de gang, de ander in de slaapkamer.
Op mn werk worstelde ik een half uur met die smart-home-app om live mee te kunnen loeren. Ik vreesde het ergste. Nou, één ding: dat had ik niet hoeven te doen! Mijn vrouw was de hele dag druk in de weer: boodschappen bij de Albert Heijn, was draaien, poetsen, kokenalsof ze aan een marathon meedeed. Ze had amper een momentje rust.
En net voordat ik thuiskwam, poederde ze zich op en deed ze een leuke jurk aan, zodat ik haar op haar mooist zou zien. Ik kreeg het er warm vanwat een lieverd.
Ik kocht de mooiste bos Hollandse tulpen die ik kon vinden en nam haar mee uit eten, naar dat knusse restaurantje aan de gracht. Daar biechtte ik mijn snode camerageheim op. Ze moest lachen, gaf me een knipoog, en bekende vervolgens dat ze tot over haar oren verliefd op me was.
Sindsdien is mijn liefde voor haar alleen maar groter geworden. Ze is mijn zonnestraaltje in deze soms druilerige, maar altijd gezellige polder.






