13 juni 2026
Vandaag begon normaal. Ik parkeerde de Ford op de Goudsestraat, stapte het flatgebouw binnen en werd begroet door de alledaagse gastvrijheid van thuis: mijn slippers stonden klaar, de geuren van een ovenschotel met kool en appeltjes vulden de gang, de woonkamer glansde, en er stond een vaas met verse anjers op de tafel.
Marijke, mijn vrouw, zat al in de keuken. Ze had net een stapel koekjes op de plank gezet en haar handen waren nog warm van het breien van sokken een hobby die ze al lang opgegeven heeft, maar waar ze nog steeds over praat.
Ze kwam naar mij toe met een brede lach:
Moe, schat? Ik heb die appeltaart en koolschotel gebakken, precies zoals jij ze lekker vindt
Haar stem viel stil onder mijn blik, haar gezicht verscholen achter een eenvoudige, grijze huiskamerjurk, haar haar onder een keukendoek verstopt altijd zo wanneer ze in de keuken staat. Marijke heeft haar hele leven als koksassistent gewerkt; haar ogen zijn subtiel geaccentueerd, haar lippen glanzen een beetje. Nu vond ik die makeup overdreven, een vreemde manier om haar leeftijd te verbergen.
Ik kon me niet inhouden en zei zonder omwegen:
Makeup op jouw leeftijd is onnodig, dat staat je niet.
Marijke trok haar lippen op, zei niets meer en zette de taart niet op de tafel. Dat was beter zo. De ovenschotel bleef onder een servet, de thee stond te trekken ze liet het maar aan mij over.
Na een verfrissende douche en een eenvoudige avondmaaltijd voelde ik die warme gloed van goedheid terugkeren, net als de herinneringen aan de dag. In mijn zachte, meterde badjas nestelde ik me in de favoriete leunstoel de enige die echt voor mij gereserveerd was en deed alsof ik iets las. Zoals mijn nieuwe collega laatst zei:
U bent een charmante man, bovendien erg interessant.
Ik ben 56 jaar, hoofd van de juridische afdeling van een groot energiebedrijf in Rotterdam. Onder mij staan een pas afgestudeerde jurist, drie vrouwen van boven de veertig, en een collega die met zwangerschapsverlof is. Op haar plek kwam Yfke, een jonge vrouw die net is aangenomen.
Die week was ik op zakenreis en zag Yfke voor het eerst in ons kantoor. Ik nodigde haar uit om mijn kantoor binnen te komen, om kennis te maken. Een subtiele geur van lichte parfums en een frisse aura omringde haar. Haar ovale gezicht werd omlijst door lichte krullen, haar blauwe ogen straalden vertrouwen uit, haar lippen waren vol en ze droeg een sproetje op haar wang. Zou ze echt pas dertig zijn? Ik kon het nauwelijks geloven.
Yfke was gescheiden en alleenstaande moeder van een achtjarige zoon. Ik kon niet precies zeggen waarom, maar er kwam een onverwachte opwelling in me op: Waarom niet?
Tijdens ons gesprek maakte ik een paar onhandige opmerkingen over het feit dat ze nu een oudere baas had. Yfke lachte zachtjes en gaf een antwoord dat me nog langer bleef hangen.
Marijke, die net haar avondthee met kamille had gezet, verscheen bij de leunstoel. Ik fronste even: Altijd ongelegen. Toch dronk ik de thee met genoegen. Plots dacht ik: Wat kan die jonge Yfke nu nog allemaal doen? En een oude steek van jaloezie prikkelde mijn hart.
—
Na het werk ging Yfke naar de Albert Heijn. Ze kocht kaas, een stokbrood en een bak kefir voor de avond. Thuis kwam ze terug, nog zonder glimlach, en omhelsde haar zoon Joris die net de gang op kwam rennen.
Ik werkte in de bijkeuken waar mijn kleine werkplaats staat, terwijl Marijke zich bezighield met het avondeten. Ze zette de boodschappen neer, zei dat ze hoofdpijn had en niet gestoord wilde worden een excuus, maar toch een teken van haar vermoeidheid.
Yfke, die al een paar jaar gescheiden is van Joris vader, voelde zich vaak alleen in haar poging een goede moeder te zijn. Veel van de andere vrouwen in haar omgeving waren al stevig gehuwd en zochten geen losse relaties.
Het klopte uiteindelijk: Yfke en ik begonnen een affaire. Twee gepassioneerde jaren. Ik huurde zelfs een appartement voor haar meer uit gemak dan uit liefde maar zodra de geur van gebakken spek de kamer binnenkwam, vertelde ik haar dat we zowel moesten scheiden als dat ze bij voorkeur een eigen plek moest zoeken. Ze vond een nieuwe woning, en ik hielp haar met de formaliteiten.
Marijke had al lang gemerkt dat ik een midlifecrisis doormaakte. Alles leek aanwezig, maar er ontbrak iets essentieels. Ze probeerde de situatie te verzachten: ze kookte mijn favoriete gerechten, was altijd netjes gekleed, en vermijdde diepgaande gesprekken, ook al verlangde ze er zelf naar.
Ik merkte dat ik steeds vaker eerder van het werk wegging. Vrijdagmiddag verliet ik het kantoor een uur eerder, maar rond negen uur s avonds kreeg ik een sms van Marijke: Morgen praten we. Ik had niet de geringste idee hoe ernstig die woorden waren.
Marijke begreep dat een huwelijk van meer dan dertig jaar niet langer opgewonden kon blijven, maar ik voelde me alsof ik een stuk van mezelf verloor. Ik bleef echter trouw aan mijn leunstoel, at, sliep en ademde naast haar.
Die avond, net voor het slapen gaan, bladerde ik door ons trouwalbum. Jaren geleden zagen we er zo jong en vol hoop uit. De gedachte dat niet alles zomaar weg kan worden gegooid, kwam langzaam terug.
De volgende dag, op mijn zestigste verjaardag, bestelde ik een tafel in een klein familierestaurant in Delft waar ik vaak kwam. Het voelde vertrouwd, bijna rustgevend. Yfke, die nu een kantoor in de notaris had, kwam met haar zoon mee; we spraken over concerten, vakantieplekken en de kleine geneugten van het leven.
Uiteindelijk besloot Marijke zich te scheiden. De tweekamerappartement waar ze met Joris woonde, stond op mijn naam en viel aan haar toe als erfenis. Ze zou verhuizen naar een grotere woning bij haar moeder, terwijl ik mijn auto behield en de oude tuin bij de familie behoud.
Ik besefte dat ik er niet meer voor kon staan om Marijke te blijven laten lijden. De tranen die ik vroeger onderdrukte, stroomden eindelijk vrij. In een laatste poging om het verleden te sluiten, belde ik onze zoon en vroeg om het nieuwe adres van Marijke. Hij antwoordde gemoedelijk, maar zijn stem droeg een ondertoon van afstand.
Aan het einde van de avond liep ik naar een taxistandplaats, vroeg de chauffeur om mij zo snel mogelijk naar het station te brengen. Ik wilde gewoon even alleen zijn, ergens waar niemand mij kende, waar ik even kon bijkomen zonder het juk van mijn eigen leeftijd te dragen.
Mijn zoon vroeg me: Waarom, pap?
Ik schrok even, realiseerde me dat ik hem echt miste. Ik weet het niet, fluisterde ik.
De taxichauffeur stopte bij een klein flatgebouw. Ik belde aan, maar een diepe, mannelijke stem antwoordde: Marijke is bezet.
Wat is er met haar? Is ze wel in orde? vroeg ik, een mengeling van zorg en jaloezie in mijn stem.
Ik ben de echtgenoot, tussen ons gezegd. antwoordde de stem kort.
De situatie voelde absurd, bijna komisch. Oude liefde roest niet? vroeg ik met een sarcastische ondertoon.
Nee, die wordt zilver.
De deur bleef gesloten.
—
Het leven heeft me geleerd dat verlangen naar iets nieuws niet altijd de leegte vult die men denkt te hebben. Mijn zoektocht naar Yfke, Marijke, en de schijnbare vrijheid eindigde in een eenzame stilte. Het is beter om de kleine momenten van dankbaarheid te koesteren, in plaats van te jagen op een ongrijpbare perfectie.
*Persoonlijke les*: Ik moet leren de waarde van het heden te zien, niet de schaduw van wat had kunnen zijn. De leunstoel blijft er, maar het echte comfort komt van innerlijke rust, niet van externe bevestiging.






