**10 maart**
Tegen tien uur ‘s ochtends klaarde de grijze lucht plots op, en de zon brak door. De zee kleurde vriendelijk blauw, de golven likten zachtjes de kiezels op het strand. Zelfs de lucht leek zuiverder, helderder.
Zon mooie ochtend in een kamer doorbrengen wilde ik niet, dus legde ik de krant weg die ik na het ontbijt zat te lezen. Met een zucht stond ik uit mijn leunstoel op en kleedde me aan. In de hal van het pension was het stil. Normaal zaten hier groepjes vakantiegangers te kletsen, maar vandaag had zelfs iedereen de comfortabele bankjes verlaten.
Ik liep over de boulevard. Onder de dikke zolen van mijn schoenen kraakten de kiezels. Meeuwen krijsten vrolijk in de lucht. De frisse zeelucht drong diep mijn longen in en gaf me energie.
Toen de kustpensions achter me lagen, klom ik de glooiende helling op en liep verder over verdord gras, waar hier en daar nieuwe, voorzichtige scheuten doorheen braken. Al van ver zag ik dat het enige bankje aan het water bezet was. Het verbaasde me altijd waarom ze hier niet meer neerzetten. Het was zo fijn om te zitten en naar de zee te kijken. Ik kwam hier vaak, als het wisselvallige voorjaarsweer het toeliet.
Ik wilde me omdraaien, maar bedacht me anders. Het bankje was niet van mij, er was vast plek genoeg. En met gezelschap was de zee nog mooier. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat er een vrouw zat. Bij mijn nadering draaide ze haar hoofd iets en keek me met een onverschillige blik aan.
Ze leek van mijn leeftijd, of iets jonger. Ze droeg een sportbroek, een donkerrode trui en sneakers. Haar grijze haar was kortgeknipt. Haar gelaatstrekken waren fijn. *In haar jeugd vast een schoonheid. Nu nog steeds niet mis*, dacht ik, zonder dat ik het wilde.
Mooie ochtend, hè? zei ik in plaats van een begroeting.
Ze antwoordde niet, tilde alleen een wenkbrauw.
Mag ik erbij zitten? vroeg ik, en zonder te wachten liep ik om het bankje heen en nam plaats. Ik heb u hier nog niet gezien. Nieuw in het pension?
Sinds gisteren, antwoordde ze plots. Haar stem was laag, met een schorre ondertoon.
Ik zit hier al een week. Je kunt uren naar de zee kijken. Het kalmeert.
Hebt u stress? Ze keek me kort aan en wendde zich weer tot het water.
Wat? Nee, zo bedoelde ik het niet. Alhoewel, in deze onrustige tijd is er genoeg om je zorgen over te maken. Ik kreeg spijt van mijn praatjes. Woorden verstoorden de rust.
En wat maakt u ongerust? Het leek alsof ze wilde praten.
Dat vertel ik u niet zomaar, mompelde ik.
Waarom niet? Daarom bent u hier toch gaan zitten? Een vreemde maakt het makkelijker om je hart te luchten.
U hebt gelijk. Ik zweeg even. Weet u, ruim dertig jaar geleden kwam ik hier na mijn scheiding. Het deed pijn. Ik voelde me zo alleen dat ik er gek van werd. Mijn vrienden kregen genoeg van mijn gezeur over mijn mislukte leven en stuurden me naar zee. Ik lachte kort. Ik was jong toen, de lucht blauwer, de zee aantrekkelijker, de zon feller. Het was vroeg in de herfst. Sommigen waagden zich nog in het water. Ik ook, één keer. Dit bankje stond er nog niet. Ik zat liever verderop, op die stenen daar. Op een dag zag ik een nieuw gezicht op de boulevard. Kent u *De Dame met het Hondje*? Zo begon het ook bij mij.
Ik vertelde over de jonge vrouw die alleen langs het water liep, altijd met een glimlach in haar ooghoeken. Ik voelde meteen iets en liep op haar af. Haar naam Ach, wat maakt het uit?
We wandelden, praatten. Ze was getrouwd. Haar man was ouder en terminaal ziek. Hij had haar overgehaald om een weekje aan zee te ontspannen terwijl zijn zus voor hem zorgde. Voor het eerst in jaren kon ze even ademhalen, vandaar die glimlach.
De volgende dag spraken we weer af. En ze kwam! We waren dag en nacht samen. Een paar gelukkige dagen. Ze was niet lichtzinnig, integendeel Ik zocht naar woorden, maar vond ze niet.
Ik ben ooit uit liefde getrouwd. Maar langzaam begrepen we elkaar niet meer. Zelfs in bed dacht mijn vrouw niet aan genot, maar aan wat ze onze zoon moest kopen: een step of nieuwe schoenen. Ik gaf haar geen schuld. In een scheiding zijn altijd twee partijen schuldig. Maar dit Dit was een geschenk voor mijn uitgeputte hart.
Ze gaf me haar liefde vol overgave, bijna wanhopig, alsof ze ter dood veroordeeld was. Maar de tijd wacht niet. Mijn vertrekdag kwam. Ze bracht me naar de luchthaven. Glimlachend, maar met tranen op haar wangen. En ik Het kwam niet eens in me op om nog een paar dagen te blijven.
En u hebt haar nooit meer gezien? vroeg ze met diezelfde schorre stem.
Ze luisterde aandachtig, starend naar de zee. Het leek wel alsof ze gespannen was.
Nee. Ik vroeg haar adres. Mobiele telefoons bestonden nog niet. En zelfs als ze er waren geweest, had ik niet gebeld. Ik wilde haar niet in gevaar brengen. Eerst miste ik haar vreselijk. Stelde mijn reis uit. Toen begon het idee me onverstandig te lijken. Waarom? Haar man stervende, en ik kom aanzetten Haar en mezelf alleen maar pijn doen. Ze had genoeg aan haar hoofd. Het zou niets goeds brengen. Zo redeneerde ik. En toen Raakte het adres kwijt. Ik zweeg, en zij ook.
Ik was laf, denk ik. Een mislukte relatie tast je zelfvertrouwen aan. Je gaat aan jezelf twijfelen, wordt besluiteloos
Mooi verhaal. Bent u ooit hertrouwd? vroeg ze.
Nee. Er waren wel vrouwen, dat ontken ik niet. Maar het klikte nooit. Ik bleef terugdenken aan die korte liefde aan zee.
Misschien juist omdat het kort was, zonder verplichtingen of teleurstellingen. Ze stond op.
Gaat u al?
Tijd om te gaan. En toch U had naar haar toe moeten gaan. Ze heeft op u gewacht. Ze draaide zich om en liep snel richting het pension.
Ik keek haar verbouwereerd na. *Wat bedoelde ze? Voelde ze het aan? Of* Maar ik liep niet achter haar aan.
Na de lunch, nog steeds in verwarring, liep ik terug naar het strand, hopend haar te zien. Maar ze verscheen niet. Bij het diner in het restaurant zag ik haar ook niet. De volgende dag wachtte ik op het bankje. Opeens stelde ik me haar jong voor, met donker lang haar, en een warme golf overspoelde me. *Het was zij, Anneke! Oude dwaas.* Ik rende naar de pensions en guesthouses, vroeg naar haar. Bij één zei de receptioniste dat er s ochtends een vrouw was vetrokken die aan mijn beschrijving voldeed. Haar naam was Anna.
Waar is ze naartoe? Geef me haar adres, alstublieft. U noteert dat toch bij inchecken? smeekte ik.
Misschien wil ze niet dat u haar opzoekt? merkte ze terecht op en gaf het adres niet.
Ik had geen keus dan mijn verhaal kort te vertellen. Geroerd schreef ze het adres toch op voor deze ongelukkige verliefde






